Les 7 van 10 · 5 min

Les 7: zo speel je zachte handen

Het belangrijkste: A-2 tot A-6: nooit passen. A-7: passen tegen 2, 7 en 8, kaart vragen tegen 9, 10 en aas. A-8 en A-9: passen.

Eén kaart kan een zachte hand niet kapotmaken, dus zachte handen speel je veel agressiever dan harde.

A-2 tot A-6: nooit passen

Dit zijn zachte 13 tot 17: zwakke totalen die één kaart niet slechter kan maken. Vraag altijd een kaart, en waar je met elke twee kaarten mag verdubbelen, verdubbel je tegen de zwakke kaarten van de dealer (A-2 en A-3 tegen 5–6, A-4 en A-5 tegen 4–6, A-6 tegen 3–6).

A-7: de zachte 18 die niet zo goed is

  • Tegen 2, 7 of 8: passen.
  • Tegen 3 tot 6: verdubbelen als het mag; anders passen.
  • Tegen 9, 10 of aas: kaart vragen. 18 verliest tegen die kaarten vaker dan hij wint.

A-7 tegen een 9 is de klassieke fout van ervaren spelers: passen is gemiddeld −0,18 inzet waard en een kaart vragen −0,10.

A-8 en A-9: passen

Zachte 19 en 20 zijn winnende handen. Laat ze zo.

In Spaanse casino’s

Je mag alleen verdubbelen op 9–11, dus de zachte verdubbelingen vallen weg: vraag een kaart met A-2 tot en met A-6, en pas met A-7 tegen 3–6.

Test wat je hebt geleerd

1. Je hebt A-5 en de dealer heeft een 10 open. Wat doe je?
2. Je hebt A-7 en de dealer heeft een 9 open. Wat doe je?
3. Je hebt A-8 en de dealer heeft een 10 open. Wat doe je?